Hoe in Veghel een kloosterkwartier omgevormd werd tot een 'huiskamer' voor de hele gemeente

‘Wat als we dit grote complex terug gaan geven aan de maatschappij en daar iets in terugleggen van de traditie van de congregatie? Aandacht voor elkaar, elkaar écht zien, onze waarden doorgeven?’ Dat zegt Gerda van Gogh, overste Zuster Franciscanessen in het filmpje dat gemaakt is bij de presentatie van de herontwikkeling van het kloosterkwartier in Veghel.

©Zorg Saam Wonen
Het kloosterkwartier in Veghel

En dit idee zijn de 36 nog overgebleven zusters, met een gemiddelde leeftijd van bijna 90 jaar gaan uitvoeren. De zusters Franciscanessen die in het klooster, ontstaan in 1844, wonen zien dat er steeds minder zusters overblijven en dat steeds meer gebouwen op het grote terrein van 6 hectaren leeg komen. Ze willen graag dat hun gedachtengoed leidraad blijft bij wat er komen gaat. Naastenliefde, aandacht en saamhorigheid zijn belangrijke pijlers.

Zij gingen aan de slag en vonden in Zenzo Maatschappelijk Vastgoed een goede partner om te verkennen hoe zij deze pijlers konden verankeren in de diverse gebouwen, de kloostertuin, het klooster en de omgeving. Zij hebben samen een masterplan ontwikkeld waarin het gedachtengoed van de Zusters tot uiting komt en hun verhalen kunnen doorgaan. Toekomstgericht, met meerwaarde voor het dorp. Dat vereist transformatie op diverse terreinen. En samenwerking tussen diverse organisaties. Het wordt een spiegel  voor de maatschappij, met voor ieder wat wils.

Inspiratie door Hart van Vathorst

Coen Hendriks, partner bij Zenzo heeft de zusters meegenomen naar een ander project dat Zenzo ontwikkeld heeft, namelijk Hart van Vathorst in Amersfoort. De zusters waren onder de indruk van deze multifunctionele accommodatie waar de kerk, zorgorganisaties, kindercentrum, restaurant en corporatie samen optrekken.  Coen: ‘Het bruist daar en iedereen telt mee, een mix van wonen, zorg en onderwijs. De hele buurt is betrokken. Dat wilden zij ook in Veghel. Nu bestaat er geen blauwdruk voor dergelijke projecten maar een flink aantal elementen pasten prima in het idee voor de transformatie van het kloosterkwartier.’

Zenzo herontwikkelt het gehele terrein. Floris Alkemade, rijksbouwmeester, is betrokken bij het ontwerp en  er zeker op letten dat mensen elkaar gaan ontmoeten, dat de gebouwen en woningen aansluiten bij het idealisme van de zusters, dat kwetsbare mensen volwaardig worden gehuisvest. Aron Straver , tuin- & Landschapsontwerper landschapsontwerper bij BTL Advies maakt het ontwerp voor de buitenruimte. ‘Onze visie is dat de kloostertuin, de verbogen parel van Veghel, zoveel mogelijk in tact blijft. Er komen groene poorten zodat de tuin ’s avonds afgesloten is. Verder zorgen wij voor de inrichting van de overige openbare ruimten , met bijvoorbeeld bankjes, bomen, beplanting en beleeftuinen.’

Huiskamer van Veghel

De zusters en Zenzo hebben het concept Leefgoed ontwikkeld: een woon-en leefomgeving waar zorg, werk, wonen, leren en ontmoeten samenkomen. Er  zijn elf organisaties betrokken bij het Leefgoedplan, namelijk UniK, BrabantWonen, BrabantZorg, de gemeente Meierijstad, GGZ Oost-Brabant,  Area wonen, Labyrint zorg & werk, Ons welzijn, de Leijgraaf, IBN.

Het Leefgoed is er voor álle bewoners van Veghel. Eigenlijk omvat Leefgoed het werk van wat de zusters vroeger deden: elkaar helpen. Op het terrein komen diverse woningen, ontmoetingsruimtes, een Leefgoedplein, et cetera. De kloostertuin wordt semi openbaar. Het klooster zelf en de kapel krijgen een andere invulling, zo komt er plek voor (startende) ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het huidige  restaurant voor de zusters wordt getransformeerd tot de ‘huiskamer van Veghel’: een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen ondernemen. De refter, vroeger gymzaal van de meisjesschool, is inmiddels al volop in gebruik als jeu de boulesbaan. De zusters vinden dit passend omdat het plek biedt aan inwoners van Veghel die elkaar kunnen ontmoeten.  Op momenten dat de banen niet worden gebruikt, zijn er yogalessen. Ook buiten zijn er mogelijkheden voor bewoners en buurtbewoners  om elkaar op natuurlijke wijze tegen te komen.

Aron Straver: ‘Wij zorgen ervoor dat mensen elkaar buiten makkelijk kunnen ontmoeten. En dat mensen in het zonnetje kunnen zitten tot ’s avonds laat. Maar we maken ook schaduwrijke plekken want de zomers worden warmer en met name ouderen kunnen last hebben van de hitte. Bij de keuze van de beplanting houden we hier rekening mee en scheppen wij een aangenaam woon-, zorg- en leefklimaat’.. ‘We hebben in het masterplan diverse ideeën geopperd, zoals een beweegtuin voor ouderen, een beleeftuin voor mensen met dementie en een educatieve speelplek voor kinderen. We staan nog aan het begin van het ontwerpproces en hebben de plannen aan de omwonenden gepresenteerd. Dat leverde prettige gesprekken op. Mensen zijn  blij met groen, zeker als het kwaliteit toevoegt.’

Ikea

Coen Hendriks:  ‘Ons gezamenlijke doel is om het welzijn van mensen te vergroten. Verzorgingshuizen zijn er niet meer maar er bestaat grote behoefte aan de voorzieningen die de verzorgingshuizen boden zoals de biljartzaal, de ontmoetingsruimte, de maaltijden en alarmering. Door innovatief met elkaar samen te werken kunnen we die voorzieningen weer terug regelen.’

Dat is volgens Coen hard nodig, omdat het personeelstekort in de zorg groot is. ‘Zorg moet en kan efficiënter worden ingezet. Net zoals je bij de Ikea op één plek alles vindt, van wc-rolhouder tot slaapbank, zo ga je hier, op het leefgoedplein,  alles kunnen vinden wat je nodig hebt om prettig te kunnen leven, ongeacht of je zorgbehoevend bent of niet. De Kapel zal worden gebruikt als het hart van deze Leefgoed-partijen.’

Inclusieve samenleving

Ellen Tichelaar van UniK, organisatie die ondersteuning biedt aan jongeren en volwassenen met beperkingen zit met haar organisatie al een paar jaar op het terrein. ‘We zochten een locatie ook voor onze kindgroepen en kwamen bij de zusters terecht. Zij hebben ons flink aan de tand gevoeld maar we pasten goed in de visie. Ikzelf zag de meerwaarde in de samenwerking met verschillende organisaties. Samen met andere organisatie en de buurtbewoners kom je tot een inclusieve samenleving. Onze kinderen met beperkingen kunnen op bezoek gaan bij mensen die eenzaam zijn of boodschappen voor anderen doen. Zij gaan nu bijvoorbeeld al schilderen bij de zusters wat erg waardevol is. Dat soort kruisbestuivingen zijn straks allemaal nog meer mogelijk en zorgen ervoor dat iedereen meedoet’’.

Zo denkt Janet Croes van corporatie BrabantWonen er ook over. ‘Samen kom je verder. Er komen volop woningen, samen met de bewoners daarvan willen we kijken hoe we omgaan met bijvoorbeeld klein onderhoud, met de groenvoorziening en het sociale beheer. Wat kunnen bewoners zelf? Wat kunnen andere partijen? Wat doen wij als corporatie? We ontwikkelen hand in hand, het één, de stenen, kan niet zonder het ander, het sociale.’ BrabantWonen bouwt op het een deel van het terrein circa 36  levensloopbestendige woningen waar BrabantZorg de thuiszorg levert.. ‘Daar starten we als het ware met het leefgoed-concept in het klein’, zegt Janet. Op een ander deel van het terrein komen nog circa 40 appartementen voor BrabantWonen.

Alle leefdomeinen

Alle betrokken partijen vinden de brede samenwerking tussen de elf organisaties noodzakelijk. Ellen Tichelaar: ‘Je moet alle leefdomeinen raken.’ Ze hoopt dat er straks iedere dag diverse activiteiten plaatsvinden en dat er telkens een professional of vrijwilliger rondloopt die signaleert en behoeften peilt.  ‘De kracht van onze samenwerking zit hem in de snelheid om verbindingen te maken.’

Janet Croes vult aan: ‘Als je weet dat een partner van een bewoner is overleden, dan zorg je dat er hulp komt. Bijvoorbeeld computerhulp als je weet dat de partner altijd alle computerzaken regelde. Dat kun je dan met elkaar snel regelen of beter: de bewoner zo nodig helpen bij het leren dit zelf weer te kunnen. Wij geloven in zelfstandigheid. De ene vraag hoort thuis bij de ene organisatie en de ander past weer beter bij een andere organisatie. Zolang je maar snel schakelt met elkaar en met elkaar meedenkt.’ Dat anticiperen, dat signaleren en tot oplossingen komen omdat je elkaar weet te vinden en er korte lijnen zijn, dat draagt bij aan preventie.

Coen Hendriks ‘We willen ook dolgraag in gesprek met de zorgverzekeraar.’ Hij heeft nog wel een droom: hij zou graag het effect van deze omgeving op het welzijn van mensen willen meten. ‘Hoe gezond zijn ze nu en over drie jaar? Ik weet zeker dat mensen hier meer plezier in hun leven hebben.’ Door het welzijn van mensen te vergroten, worden de zorgkosten lager immers gelukkige mensen gaan minder snel naar ziekenhuis, herstellen sneller. Dat is fijner voor iedereen.’

Leefgoed

Leefgoed is een concept voor wonen, werken, leren en (be)leven waar verbinden, ontmoeten en ondersteunen samenkomen. Door de denkkracht, het netwerk in te zetten om de verbinding tussen mensen en tussen werken-wonen-leven te verbeteren, wordt invulling gegeven aan de maatschappelijke component. Elf organisaties werken hierin samen.

Dit artikel is overgenomen van de website ZorgSaamWonen